Zeevisserijbedrijf Jan van den Berg en Zonen B.V
Home arrow Vissoorten arrow Haring
vrijdag 10 september 2010
Main Menu
HomeNieuwsLinksZoeken
Het Bedrijf
ContactGeschiedenisSchepen
Visserijmenu
Methoden
Vissoorten
Nieuws
Extra
Weerberichten
Gastenboek
Fotoalbum
Web Links
Media
Administrator
Haring Afdrukken E-mail
donderdag 02 maart 2006

Haring

Kenmerkend voor de HARING (Clupea harengus) zijn het zijdelings samengedrukte lijf en de rondebuik (anders dan bij het geslacht Alosa).
De onderkaak steekt vooruit en de bovenlip is niet gespleten.
Aan de onderkant van de staartvin zitten geen schubben.

De rug is donker van kleur, met een groene en blauwige glans, de zijkanten zijn lichter ende buik is zilverwit.
De kieuwdeksels en de flanken kunnen een gouden schittering vertonen.

Haringen komennaar de kust om te paaien (de voornaamste paaigronden liggen voor de kust van Noorwegen).
De paaitijd valt in maart en april.
De eitjes worden gelegd op een zanderige of kleiachtige bodem, op een diepte van
130 - 250 m en bij een temperatuur van 4 - 7º C.
Na 2 - 3 weken komen de eitjes uit.

Na het paaien gaan de volwassen vissen terug naar open zee.
De eitjes en de pootvissen zijn pelagisch (in diepzee levend) en worden door de zeestromen meegevoerd, ver van de plaats waar het legsel uitkomt.
In de eerstvolgende herfst keren de jonge haringen, die dan 4 - 6 cm langzijn, terug naar de kust.

Behalve de haringen die in het voorjaar paaien, zijn er ook rassen die in het najaar kuitschieten, ver van de kust, op zandplaten.

Een haring kan wel 25 jaar oud worden.
Voor de handel is het een van de belangrijkste vissoorten.

Lengte: tot 45 cm.
Gewicht: tot 0,7 kg.

VERSPREIDING
Verspreiding Haring

 
 
Website designed by Jacob van Veen