| Kabeljauw |
|
|
| donderdag 02 maart 2006 | |
|
De gewone KABELJAUW (Gadus morhua), herkenbaar aan de korte baarddraad aan de kin, heeft een krachtig, langgerekt lichaam. De kabeljauw groeit vrij snel, op zijn vijfde meet hij 40-50 cm, op zijn tiende 90 - 100 cm.
De paaitijd begint in februari en gaat door tot juni, met een piek in april en mei. Kabeljauwen eten vooral haringen, jonge schelvissen. Jonge kabeljauwen voeden zich met dierlijkplankton, weekdieren, veelborstelige wormen enz.
Volwassen kabeljauwen leven in de onderste waterlagen boven het continentale plat, gewoonlijk op 250 - 300 m en max. op 500 m diepte.
Lengte: 40 - 80 cm, max. 150-180 cm.
VERSPREIDING |








