| Lom |
|
|
| donderdag 02 maart 2006 | |
|
De LOM (Brosme brosme) heeft een lang, krachtig lijf met een enkele, langgerekte rugvin en een iets minder lange anale vin.
De rug van de lom is grijsbruin, de flanken zijn iets lichter en de buik is grijswit.
De lom paait in alle wateren van zijn VERSPREIDINGsgebied, op een diepte van 100 - 400 meter.
In hun 1e levensjaar bereiken de pootvissen een lengte van 8 - 10 cm, op hun 5e jaar meten de vissen 34 - 37 cm. De lom leeft in kleine scholen, op 200 - 500 meter diepte meestal en in uitzonderings gevallen op 1000 meter, hij geeft de voorkeur aan rotsachtige bodems.
Op de lom wordt vooral gevist in Noorwegen, in de Sovjet-Unie en voor de kust van IJsland.
Lengte: 40 - 60 cm, max. 110 cm.
VERSPREIDING |









