|

De NEUSHAAI (Lamnanaseus) kun je herkennen aan de sikkelvormige staartvin, waarvan de bovenste lob iets meer ontwikkeld is dan het onderste. Kenmerkend is verder het ontbreken van het knipvlies aan het oog en van de stekels op de kieuwbogen. De neushaai heeft machtige tanden. De eerste rugvin is veel groter dan de tweede en steekt vaak boven het water uit. De rand van de rugvinnen en de staartvin is aan de achterkant licht van kleur, evenals de buik, terwijl de rug en de zijkanten blauwzwart tot grijs zijn. Het lijf is in het midden vrij dik, waardoor deze haai een beetje op een tonijn lijkt. De haringhaai kan heel hard zwemmen, mede door de 'kielbladen' aan weerszijden van de staartsteel, die door het water klieven. Neushaaien verplaatsen zich over het algemeen in groepen van 20 tot 30 door het water; dicht aan de oppervlakte vergezellen ze scholen haringen, sardines of makrelen, de vissen waarmee ze zich voornamelijk voeden. Ze zijn erg vraatzuchtig en leggen op hun rooftochten grote afstanden af. Het zijn levendbarende haaien: de interne bevruchting vindt vaak in de herfst plaats en in de zomer van het volgende jaar worden er dan 3 - 6 jongen geboren, die 50 - 70 cm langzijn. Terzijde zij opgemerkt dat de jonge haaien zo groot worden doordat ze in de moederbuik de niet bevruchte eicellen verorberen. Het vlees van de neushaai is goed en wordt wel 'het kalfsvlees uit zee' genoemd. De neushaai wordt tot de schadelijke en gevaarlijke haaien gerekend omdat hij jacht maakt op vissen die van economische waarde zijn, de netten van vissers beschadigt en soms mensen aanvalt. Lengte: 3,5 - 4 m, max. 5 m. Gewicht: 100 - 200 kg.
VERSPREIDING 
|