Zeevisserijbedrijf Jan van den Berg en Zonen B.V
Home arrow Vissoorten arrow Snotdolf
vrijdag 10 september 2010
Main Menu
HomeNieuwsLinksZoeken
Het Bedrijf
ContactGeschiedenisSchepen
Visserijmenu
Methoden
Vissoorten
Nieuws
Extra
Weerberichten
Gastenboek
Fotoalbum
Web Links
Media
Administrator
Snotdolf Afdrukken E-mail
maandag 06 maart 2006

Snotdolf

De SNOTDOLF (Cyclopterus lumpus) is een vis met een hoog, breed lichaam, dat bedekt is met benige uitgroeisels, die in zeven rijen staan (een rij op de rug, vier over de flanken en twee aan de buik).

Bij de volwassenvissen zijn de rug en de zijden grijsblauw tot grijszwart, met donkere vlekken op de flank.
In de paaitijd worden de buik en de vinnen van het mannetje steenrood en wordt de rug bijna zwart.
De pootvissen en de jonge vissen zijn geel tot olijfgroen met een zilverenstreep op de kop.

Het paaien gebeurt vlak onder de kust, op een stenige bodem en bij een temperatuur van 5 - 8ºC.
De eitjes worden in een aantal keren afgezet.
Het vrouwtje gaat daarna naar dieper water, terwijl het mannetje ter plekke de wacht houdt bij de eitjes, tot ze uitkomen, wat ongeveer twee maanden duurt.
In die tijd vinden veel mannetjes de dood, in een sterke golfslag of in de maag van een vogel.
De snotdolf voedt zich vooral 's winters met schaaldiertjes, veelborstelige wormen en jongen van andere vissoorten.
Grote, volwassen exemplaren eten ook vis.

Snotdolven brengen het grootste gedeelte van hun leven op de bodem door, ver van de kust, op50 - 200 meter diepte.
Ze komen alleen naar de zandbanken om te paaien.
De volwassen vissen hechten zich met de zuignap aan de bodem: worden ze opgehaald in een net, dan zit er vaak een dikke steen aan hun buik.

Op de snotdolf wordt vooral gevist om de kuit, die als surrogaat voor kaviaar wordt gebruikt.

Lengte: 25 - 30 cm (mannetje), 30 - 40 cm (vrouwtje), max. 60 cm.
Gewicht: 1 - 5 kg.

VERSPREIDING

Verspreiding Snotdolf

 
 
Website designed by Jacob van Veen