|
De ZWARTE HEILBOT (Reinhardtius hippoglossoides) is het enige lid van het geslacht Reinhardtius.
De ogen liggen op de rechterflank, maar het bovenste oog ligt echt bovenop de kop en de rugvin begint pas achter dit oog.
De zijlijn loopt vrijwel recht van de kop tot de staartvin, waarvan de achterrand niet bol maar enigszins hol is.
De linkerkant is bruin tot grijs- of zelfs groenbruin, bij de volwassen vissen is ook de blinde zijde gekleurd, zij het iets lichter.
De zwarte heilbot houdt zich meestal op aan de rand van het continentale plat, op 200 - 2000 meter diepte, in wateren waarvan de temperatuur niet boven 3ºC. komt.
In tegenstelling tot de meeste andere schollen ligt de zwarte heilbot niet op de bodem, maar zwemt hij in het water, wat al te zien is aan de kleur en de vrij symmetrische vorm van het lichaam.
Anders dan de overige platvissen, zwemt hij ook niet op zijn zij, maar met de rug naar boven. Hij eet verschillende soorten vis. Het mannetje wordt op zijn negende of tiende geslachtsrijp en het vrouwtje meestal twee jaar later.
Het paaien gebeurt in mei, juni of juli, op 700 - 1500 meter diepte. De eitjes, larven en pootvissen drijven in het water.
De metamorfose voltrekt zich bij visjes van 6 - 8,5 cm.
Dan verbleekt ook de rechterzijde.
De visjes gaan naar minder diep water en brengen de volgende levensfase vooral op de bodem door.
Wanneer ze een lengte van 16 - 20 cm bereiken, worden ze aan de onderkantweer donkerder, wat erop duidt dat ze weer meer in het water gaan leven.
In commercieel opzicht is de zwarte heilbot tegenwoordig de op een na belangrijkste vis van de familie der Pleuronectidae.
Het vette witte vlees is van uitstekende kwaliteit en deze wordt vaak gerookt.
Lengte: 80 - 100 cm, max. 120 cm.
Gewicht: 10 - 25 kg, soms wel 45 kg.
VERSPREIDING
|